|
|
De Malpie Noord-Brabant Heide
|
| Home |
De heide Duizenden jaren geleden … toen de mensen nog jagers waren, was er alleen het natuurlijke heidelandschap. Dat waren plaatsen waar geen bomen konden groeien omdat er rotsen lagen en zelfs hoge bergen. Op die heide van toen groeiden voornamelijk bosbessen en rododendrons. De heide van nu is een cultuurlandschap geworden; de mensen hebben er zich mee bemoeid. De heidevelden ontstonden ongeveer 4500 jaar geleden. Er leefden toen hunebedbouwende landbouwers en veetelers van de standbekercultuur. Zij hadden landbouwgrond nodig en kapten met hun stenen bijlen een bos om. Na een jaar werd alles verbrand en in die as werd graan gezaaid. Na een aantal jaren was de grond niet meer vruchtbaar en daarom lieten ze er hun vee op grazen. Kleine boompjes kregen ook geen kans om door te groeien. Ook in de middeleeuwen zijn er veel bossen gekapt en bomen verbrand op de zandgronden. Op die plaatsen ontstonden grote heidevelden. De oudste heidevelden kunnen zelfs al in de Bronstijd zijn ontstaan. Op deze zandgronden verschenen toen hele andere planten dan daarvoor. Een van die planten was de struikheide en daaraan dankt dit nieuwe landschap de naam. In de zomer stonden er bijenkorven op de heide en dat leverde zowel honingwas voor kaarsen op als honing. In Nederland en België werd de struikheide gebruikt als voedsel voor schapen, geiten en koeien. Ook maakte men van de takken bezems. De kudden liet men grazen op de heide onder toezicht van een herder en zijn hond. Op de vloer van de potstal van de boer werden afgestoken heideplaggen met de mest van de dieren afgewisseld. De heideplaggen deden toen dienst als een soort stro. Met deze afwisseling van heideplaggen en mest werd na de winter de akkers van de heidedorpen tien eeuwen lang vruchtbaar gehouden. Na de komst van de kunstmest, zag je ook geen schapen meer op de heide grazen.
Heide, klimaat en bodem Heide kan op de armste zandgrond groeien. De heideblaadjes kunnen twee jaar aan de struik zitten. Alleen in strenge winters droogt het blad uit. In de regenperiode is de zandlaag doornat, maar in de zomer, als het een tijd niet regent, kurkdroog. De onderkant van de laag wordt ook wel de oerbank genoemd en krijgt soms een ijzerlaag van enkele millimeters dik. Daar blijft het water staan en zo ontstaat een heideven met algen. Dat betekent dat het water schoon is. Helaas komt dat tegenwoordig niet meer zo vaak voor. De landbouwgebieden worden zwaar bemest en daarom vervuilt ook het grondwater van de vennen. In de vochtige grond waar geen ven ontstaat, groeit de dopheide, lavendelheide, veenbes, klokjesgentiaan, veenpluis en veenbies. De bodem is bedekt met veenmos. Als deze planten afsterven wordt hier veen van gevormd. Vroeger werd dit veen gebruikt voor brandstof. Als je het bodemprofiel van de heide bekijkt, zie je dat de bovenste humuslaag grijs is met daaronder een zwarte laag en daaronder weer een met geelachtig zand. Deze gelaagdheid wordt ook wel een podzolprofiel genoemd. Podzol komt van het Russisch af en betekent askleurig of grijsachtig. Een podzol kan ontstaan als de neerslag groter is dan de verdamping en waar de bodem goed doorlaatbaar is. Het regenwater neemt dan een gedeelte van de oppervlakte mee naar beneden (deeltjes aluminium en ijzeroxyden). Met de verandering van het klimaat en de samenstelling van de bodem krijg je verschillende soorten planten. Voorbeelden daarvan zijn gaspeldoorn, kruipbrem, stekelbrem en veel soorten dopheide.
Update 21-10-2007 |
|
|||
| Vennen | |||||
| Heide | |||||
| Wilde planten | |||||
| Gras/varens/mos | |||||
| Paddestoelen | |||||
| Bomen/struiken | |||||
| Insecten | |||||
| Spinnen | |||||
| Vlinders/libellen | |||||
| Amfibieën/reptielen | |||||
| Vogels | |||||
| Zoogdieren | |||||
| Bronnen | |||||
|
|
|||||