|
|
De Malpie Noord-Brabant Spinnen
|
| Home |
Spinachtigen, Arachnidae . Spinachtigen hebben 8 poten aan het borststuk, een paar kaakklauwen voor hun mond waarin een gifklier uitmondt en een paar voelsprieten. Een spin heeft een kopborst en een achterlijf. Ze hebben meestal 8 ogen. De spinnenwebklieren komen uit in het achterlijf. Vrouwtjes hebben spintepels waarmee ze hun web spinnen of hun prooi inwikkelen. Heidekaardertje Het heidekaardertje heeft aan het achterste potenpaar een soort kam, waarmee ze de draadjes die ze spint, uitkamt (= uitkaardt). Daar komt haar naam vandaan. De webjes van het heidekaardertje lijken op kantwerk en zijn vooral te vinden tussen de toppen van de heideplanten. Hangmatspin Deze spin maakt met kruisende draden een soort hangmatje in de heideplantjes waarin ze leeft. . Kruisspin, Araneus diadematus Familie wielspinnen - Araneidae Kruisspinnen kom je veel op de heide tegen en maken een web in de vorm van een wiel. Je kunt ze gemakkelijk herkennen aan de opvallende witte vlek in de vorm van een kruis op het achterlijf. Ze maken opvallende webben. De buitenste draden van het web bevatten fijne druppels kleefstof. Daarmee worden insecten gevangen. De spin zelf zit in een niet-kleverig gedeelte van het web of zit heel dichtbij. Als er een insect in het web komt, voelt de spin dat en komt snel te voorschijn. Het insect wordt dan gedood of verdoofd met de kaakklauwen. Dan wordt het insect helemaal in draden gewikkeld. De spin spuit dan verteringssappen in het insect die het van binnen oplost. Zo kan de spin het binnenste van het insect leegzuigen. Een vrouwtjesspin kan wel meer dan 15 mm groot worden. Je kunt volwassen spinnen tegenkomen van augustus tot oktober. Het vrouwtje legt tussen de 45 en 600 eitjes in een gele cocon; de eitjes komen er pas in het voorjaar uit. De kleuren van kruisspinnen kunnen variëren. . Wespenspin of tijgerspin - Argryope bruennichi Familie wielspinnen De laatste jaren is de tijgerspin aan het optrekken vanuit het zuiden van Limburg en is nu al in in noorden gesignaleerd. Op de heide is deze is spin inmiddels ook al waargenomen. De naam zegt het al, de spin lijkt op een wesp, tijger of zebra met zijn zwart-gele gestreepte achterlijf. Het web van een tijgerspin bestaat uit witte spindraden die zigzaggend zijn gesponnen en waar ze grote insecten mee vangen zoals nachtvlinders en vliegen. Ze zijn vanaf juli/augustus te vinden. In september legt de tijgerspin haar eitjes, wel meer dan 300 stuks, en verpakt ze in een bruine cocon.
Update 21-10-2007 |
|
|||
| Vennen | |||||
| Heide | |||||
| Wilde planten | |||||
| Gras/varens/mos | |||||
| Paddestoelen | |||||
| Bomen/struiken | |||||
| Insecten | |||||
| Spinnen | |||||
| Vlinders/libellen | |||||
| Amfibieën/reptielen | |||||
| Vogels | |||||
| Zoogdieren | |||||
| Bronnen | |||||
|
|
|||||