De Malpie Noord-Brabant

Vlinders/libellen

 

| update | colofon | contact|

   Home

Vlinders / Libellen

Vlinders komen vooral voor op brem en gaspeldoorn. De vlinders kunnen met hun lange tongen de honing hieruit halen.

Oranje luzernevlinder Colias croceus, vleugelspanning 50 mm
De snel vliegende oranje luzernevlinder legt zijn eitjes op diverse klaversoorten en bij voorkeur op luzerneklaver, honingklaver of wikke. De oranje-gele vlinder is niet inheems en gemiddeld zijn er per jaar zo’n 200 meldingen . Vanaf mei trekt hij vanuit zuidelijk Europa naar onze streken en in een goed jaar verschijnt er in september een generatie van Nederlandse bodem. De soort overleeft in geen enkel stadium onze winters.

Mannetje heeft geen vlekken op vleugelrand.
Wijfje gele vlekken in zwarte rand
. Rups is witbehaard met gelige strepen. Te zien van juni t/m oktober.  

Heidevlinder, zandoogjes, Hipparchia semele, vleugelspanning 50 mm  
De rupsen van de heidevlinder vind je vooral op grassen. De rupsen van een aantal soorten nachtvlinders komen voor op heideplanten. Van de heidespinner en van de nachtpauwoog vinden we op struikheide, die van de roodbonte heidevlinder ook op dopheide.

De voorvleugels van de heidevlinder hebben dezelfde kleur als de grond van de heide en de achtervleugels hebben een felgele vlek. Als ze met hun achtervleugels slaan, lijkt het op een knipperlicht en dat schrikt hun vijanden af.

Groentje (kleine pages Callophyrys rubi, v.s. 28 mm)
Het Groentje is uniek door de matalig groen kleur aan de onderkant. De typerende ‘rijseldraad’bestaat bij deze vlinders slechts uit een rij witte puntjes. Van boven is hij bruin. De soort overwintert als ei, andere pages als pop. De geslachten zijn vrijwel identiek, op een blawuige aanzet in de wortestreek van het mannetje na.
Geurschubben op mannetje. Groene onderkant witte vlekjes. Groen rups met gele tekening. Te zien van april t/m augustus.  

Blauwtjes. Tot de dagvlinderfamilie Lycaenidae behoren de blauwtjes, de vuurvlinders en de kleine pages. Het zijn alle kleine vlinders, merendels met een snelle vlucht. De meeste wijfjes van blauwtjes zijn bruin en er zijn er zelfs geheel bruine soorten. Van sommige soorten leven de rupsen in symbiose met mieren.

Heideblauwtje, Plebejus argus, vleugelspanning 35 mm
Het Heideblauwtje komt alleen voor op droge en vochtige heidevelden. Het mannetje is op de bovenkant helderblauw met een brede zwarte band langs de vleugelrand. Het vrouwtje is bruin aan de bovenkant. De onderzijde van de vleugels heeft stippen en een opvallende oranje band. De vleugellengte is 11 - 14 mm. Het Heideblauwtje vliegt vanaf juni voedselzoekend op de bloeiende Dophei en later Struikheide. Soms kan het aantal op een stukje heide zeer groot zijn. Men ziet dan zelfs een "wolk' blauwtjes opvliegen als men door de heide loopt. De rups leeft op Heide en allerlei kruiden die tussen de heide groeien. Door het verschil in kleur en grootte kan men het Heideblauwtje van het Icarusblauwtje onderscheiden.

De populaties van het heideblauwtje namen af al naarmate de heidevelden ontgonnen werden en door het verdwijnen van schaapskudden verruigten me tpijpestrootje en boomopslag waardoor voedselplanten verstikt werden. De mannetjes zonnen vaak in groepen op een struik. Eitjes overwinteren op brem en gaspeldoorn. De rupsen scheiden een zoete vloeistof af die bij mieren in trek is. De rupsen van het heideblauwtje komen op de struikheideplanten voor, maar ook op de heideplanten die daartussen groeien, zoals gaspeldoorn. Brem en rolklaver. Hiervan eten ze vooral de bloemen en de peulen.

Volgroeide rups met zwarte en witte strepen. Zilverachtig beslag mannetje. Wijfje bruin met oranje tekening.
Te zien van juni t/m augustus.
 

Argusblauwtje, nachtpauwoog(Omschrijving volgt nog)

Heidespinner
De rupsen van de heidespinner hebben een dichte beharing. Hun vijanden hebben daarom liever een andere prooi omdat de haren erg irriterend zijn. Doordat er maar zo weinig nachtvlinders ( o.a. nachtpauwoog) zijn, wordt er maar heel weinig schade aangericht door de heideplanten.

Nachtpauwoog(Omschrijving volgt nog)

Witjes
horen bij de Familie Pieridae en kennen een duidelijk seizoensdimorfie: de kleur varieert met ht seizoen. De tekening is bedoeld als waarschuwing tegen rovers, want de vlinders bevatten gifstoffen die ze aan hun voedselplanten ontleden.

Kleine pages. Evenals de blauwtjes en vuurvlinders horen tot de familie Lycaenidas. Hebben als algemeen kenmerk een fijne, witte streep (rijgseldraad) over de onderzijde van de vleugels. De meeste zijn eenvoudig getekend en bewoners van open bossen.

Zandoogjes die de familie Satyridae vormen, bezitten alle oogvlekken aan de boven- of onderkant van de vleugels. Deze ’ogen’ moeten de roofvijanden in verwarring brengen. Het dambordje is de enige van de familie die niet bruin van tekening is.

Ooit waren de heivlinders in grote getal op ruige graslanden aanwezig, maar sinds die zijn omgeploegd, lipen de populaties navenant terug. Ze hebben ene perfecte schutkleur en in rust gaan ze met gevouwen vleugels zo in de zon zitten dat ze geen schaduw werpen. De geslachten zijn vrijwel niet uit elkaar te houden. Ze drinken zelden nectar; men vermoedt dat ze sappen van bomen prefereren

Vleugels in rust altijd gesloten . Zigzag tekening . Witte kernen in vlekken . Rups eet grassen o.a. kweek. In rust zijn de voorvleugels ingetrokken. Te zien van juni t/m september

 

Update 21-10-2007





  Vennen
  Heide
  Wilde planten
  Gras/varens/mos
  Paddestoelen
  Bomen/struiken
  Insecten
  Spinnen
  Vlinders/libellen
  Amfibieën/reptielen
  Vogels
  Zoogdieren
  Bronnen