|
|
De Malpie Noord-Brabant Vlinders/libellen
|
| Home |
Vlinders / Libellen
Vlinders komen vooral
voor op brem en gaspeldoorn. De vlinders kunnen met hun lange tongen de
honing hieruit halen.
Mannetje heeft geen
vlekken op vleugelrand.
Heidevlinder,
zandoogjes, Hipparchia semele, vleugelspanning 50 mm De voorvleugels van de heidevlinder hebben dezelfde kleur als de grond van de heide en de achtervleugels hebben een felgele vlek. Als ze met hun achtervleugels slaan, lijkt het op een knipperlicht en dat schrikt hun vijanden af.
Groentje
(kleine
pages Callophyrys rubi, v.s. 28 mm)
Blauwtjes. Tot de dagvlinderfamilie Lycaenidae behoren de blauwtjes, de vuurvlinders en de kleine pages. Het zijn alle kleine vlinders, merendels met een snelle vlucht. De meeste wijfjes van blauwtjes zijn bruin en er zijn er zelfs geheel bruine soorten. Van sommige soorten leven de rupsen in symbiose met mieren.
Heideblauwtje,
Plebejus argus, vleugelspanning 35 mm De
populaties van het heideblauwtje namen af al naarmate de heidevelden
ontgonnen werden en door het verdwijnen van schaapskudden verruigten me
tpijpestrootje en boomopslag waardoor voedselplanten verstikt werden. De
mannetjes zonnen vaak in groepen op een struik. Eitjes overwinteren op
brem en gaspeldoorn. De rupsen scheiden een zoete vloeistof af die bij
mieren in trek is. Volgroeide
rups met zwarte en witte strepen.
Argusblauwtje, nachtpauwoog(Omschrijving
volgt nog)
Nachtpauwoog(Omschrijving
volgt nog) Witjes
Kleine
pages. Evenals de blauwtjes en
vuurvlinders horen tot de familie Lycaenidas. Hebben als algemeen kenmerk
een fijne, witte streep (rijgseldraad) over de onderzijde van de vleugels.
De meeste zijn eenvoudig getekend en bewoners van open bossen. Zandoogjes
die de familie Satyridae vormen, bezitten alle oogvlekken aan de boven- of
onderkant van de vleugels. Deze ’ogen’ moeten de roofvijanden in
verwarring brengen. Het dambordje is de enige van de familie die niet
bruin van tekening is. Ooit
waren de heivlinders in grote getal op ruige graslanden aanwezig, maar
sinds die zijn omgeploegd, lipen de populaties navenant terug. Ze hebben
ene perfecte schutkleur en in rust gaan ze met gevouwen vleugels zo in de
zon zitten dat ze geen schaduw werpen. De geslachten zijn vrijwel niet uit
elkaar te houden. Ze drinken zelden nectar; men vermoedt dat ze sappen van
bomen prefereren Vleugels
in rust altijd gesloten
Update 21-10-2007 |
|
|||
| Vennen | |||||
| Heide | |||||
| Wilde planten | |||||
| Gras/varens/mos | |||||
| Paddestoelen | |||||
| Bomen/struiken | |||||
| Insecten | |||||
| Spinnen | |||||
| Vlinders/libellen | |||||
| Amfibieën/reptielen | |||||
| Vogels | |||||
| Zoogdieren | |||||
| Bronnen | |||||
|
|
|||||